Lampiran III. Daftar Pustaka tentang Kereta Api dan Trem di Daerah-Daerah Luar Jawa[1]

  1. Handelingen der Staten-Generaal, sejak 1870.
  2. Koloniale Verslagen, idem.
  3. Volksraadverslagen, sejak 1918.
  4. Jaarverslagen S.S.S.
  5. Jaarverslagen S.S.
  6. Jaarverslagen der Deli Spoorweg Maatschappij.
  7. Verslagen betreffende het Spoor- en Tramwegwezen in N.I., sejak 1914.
  8. A.W.E. Weyerman. Geschiedkundig Overzicht der Concessievoorwaarden van en der Overeenkomsten met Particuliere Spoor- en Tramweg Maatschappijen in N.I., jilid II, hlm. 1–108. Landsdrukkerij, 1917.
  9. W.H. de Greve. Het Ombilienkolenveld in de Padangsche Bovenlanden en het transportstelsel op Sumatra’s Westkust. Algemeene Landsdrukkerij, 1871.
  10. De Kolenrijkdom der Padangsche Bovenlanden en de mogelijkheid van voordeelige ontginning. Amsterdam, Stemler, 1871.
  11. F.W. van Eeden. Het Ombilienkolenveld in de Padangsche Bovenlanden en het transportstelsel op Sumatra’s Westkust. Tijdschr. Maatsch. van Nijverheid, 1871, hlm. 379.
  12. Nota over de concessieaanvraag tot ontginning van kolen uit het Ombilienkolenveld en aanleg van een spoorweg vandaar naar Padang. den Haag, van Stockum, 1872.
  13. Quarles van Ufford. Steenkolenontginning en spoorwegaanleg op Sumatra. Economist, 1872, jilid I, hlm. 163.
  14. J.J. van Kerkwijk. Over nota’s van Quarles van Ufford en van Diest. Economist, Januari 1873.
  15. Economist, Mei 1876.
  16. J.L. Cluysenaer. Rapport over den aanleg van een spoorweg ter verbinding van de Ombilienkolenvelden op Sumatra met de Indische Zee. Dep. van Koloniën, 1876.
  17. Quarles van Ufford. De wetenschappelijke expeditie naar Midden Sumatra en de spoorweg Ombilien-Padang. Economist II, Juli 1877, hlm. 614.
  18. Economist, 1878, hlm. 253.
  19. Rapport van den Resident van Palembang betreffende opneming van de Batang Hari enz. Staatscourant, 21 Mei 1878, No. 119.
  20. Cluysenaer. De afvoer der Ombilien steenkolen. Economist, 1878, hlm. 696 dan seterusnya.
  21. J.L. Cluysenaer. Rapport over den aanleg van spoorwegen in de Padangsche Bovenlanden. Dept. van Koloniën, 1878.
  22. J.L. Cluysenaer. Het hellend vlak van Agudio en de Stangenbanen. Dept. van Koloniën, 1878.
  23. Een vredeszaak op Sumatra. Ind. Gids, 1879, jilid I, hlm. 625.
  24. Quarles van Ufford. Economist, 1 Oktober 1879.
  25. E. de Waal. Onze Indische Finantiën. ’s Gravenhage, Mart. Nijhoff. (Jilid IV, hlm. 267 dan seterusnya; jilid VI, hlm. 56 dan seterusnya.)
  26. D.D. Veth. Voordracht over den afvoer van Ombilien kolen. Tijdschr. Aardrijksk. Genootschap, 1881, hlm. 124.
  27. D.D. Veth. De zwevende kabelspoorweg en zijn toepassing bij de ontginning der Ombilienkolen. Ind. Gids, 1881 I, hlm. 827.
  28. D.D. Veth. Een stoomtramverbinding tusschen Padang en de Padangsche Bovenlanden en de Exploitatie der Ombilienkolen met behulp van een zwevenden kabelspoorweg naar de Brandewijnsbaai. Leiden, 1882. (Tidak diperdagangkan.)
  29. Concessieaanvraag voor den aanleg van spoorwegen en over kolenontginning in Midden-Sumatra van de heeren Jhr. Mr. Quarles van Ufford, van den Bossche en Verploegh. den Haag, Gebrs van Langenhuysen, 1882. (Tidak diperdagangkan.)
  30. Gewijzigde concessieaanvraag, idem, 1883. (Tidak diperdagangkan.)
  31. Quarles van Ufford. Over de ontginning van het Ombilienkolenveld en den aanleg van spoorwegen in Midden-Sumatra. Economist, Maret 1882, hlm. 26.
  32. Spoorwegaanleg en mijnontginning ter Sumatra’s Westkust. Adres van de Kamer van Koophandel en Nijverheid aan Z.E. den Gouverneur-Generaal. Padang, Edwards van Muyen, 1883.
  33. Ontginning der Ombilienkolenvelden en spoorwegaanleg op Sumatra’s Westkust. Notula rapat Ind. Genootschap, 12 Februari 1884.
  34. De exploitatie der Ombilienkolenvelden. Ind. Gids, 1884, jilid I, hlm. 441.
  35. E.B. Kielstra. De toekomst van Sumatra’s Westkust. Ind. Gids, 1884, jilid I, hlm. 545.
  36. J.L. Cluysenaer. Spoorwegaanleg op Sumatra. Economist, Mei 1884.
  37. Quarles van Ufford. Is afvoer van Ombilienkolen oostwaarts in den eersten tijd denkbaar? Economist, 1884 II, hlm. 598.
  38. J.L. Cluysenaer. Nota over spoorwegaanleg in Midden-Sumatra. Dept. van Koloniën, 1884.
  39. E.B. Kielstra. Steenkolen en spoorwegen ter Westkust van Sumatra. Gids, Oktober 1884.
  40. Aanleg van spoorwegen en kolenmijnontginning ter Sumatra’s Westkust. Concessieaanvraag van Mr. H.W. Andre Wiltens c.s. Batavia, G. Kolff, 1884. (Tidak diperdagangkan.)
  41. J.A. van Rijn van Alkemade. Een verbinding tusschen de West- en Oostkust van Sumatra. Ind. Gids, 1885, hlm. 59.
  42. Jhr. Mr. J.K.W. Quarles van Ufford. Brief aan de redactie der Ind. Gids, 1885, hlm. 351.
  43. J.L. Cluysenaer. De Ombilienkolenvelden en de spoorwegaanleg op Sumatra. Ind. Genootschap, 1890, hlm. 167–203.
  44. Pruys van der Hoeven. Belangrijkheid van Palembang voor spoorwegverkeer. Tijdschr. Ned. Indië, 1879 I, hlm. 135.
  45. A. Stoop. Het transport der Ombilien steenkolen naar Sumatra’s Westkust. Jaarboek Mijnwezen N.I., 1884.
  46. E.B. Kielstra. Een kleine toelichting. Ind. Mil. Tijdschrift, 1885 II, hlm. 960.
  47. G.E.V.L. van Zuylen. Spoorwegen ter Sumatra’s Westkust. Ind. Mil. Tijdschrift, 1885 II, hlm. 1260.
  48. J.E. de Meyier. Het Ombilienkolenveld en de verbetering van het transportstelsel op Sumatra. Ind. Mercuur, 1884, No. 46.
  49. J.L. Cluysenaer dan P.J. van Houten. Nota aan de Regeering ingediend ten gunste eener exploitatie door particulieren van den spoorweg ter Sumatra’s Westkust en van het Ombilien kolenveld, 1890.
  50. Lijst van concessieaanvragen voor spoorwegaanleg en kolenontginning ter Sumatra’s Westkust. 1872–1889. Economist, 1890, hlm. 754.
  51. J.W. IJzerman. Mededeelingen betreffende den aanleg van den Staatsspoorweg ter S.W. Ingenieur, 1890, No. 5, 10, dan 32.
  52. J.L. Cluysenaer. De exploitatie van den spoorweg en van de kolenvelden ter Sumatra’s Westkust. Ind. Genootschap Handelingen, 1890, hlm. 168.
  53. J.G. Schot. De Sumatraspoorweg en de Ombilien kolenvelden. (De Ind. Tolk van het Nieuws van den Dag, Januari 1891, No. 67.)
  54. J.P. de Bordes. De Sumatraspoorweg en het Ombilien kolenveld. Economist, 1891, hlm. 290.
  55. J.K. Kempees. Opmerkingen. Ind. Gids, 1891 II, hlm. 1605.
  56. J.P. de Bordes. Antwoord. Ind. Gids, 1891 II, hlm. 2212.
  57. J.W. Post. Le réseau des chemins de fer de l’état à Sumatra. Revue générale des chemins de fer, Juli 1891.
  58. J.W. Post. De tandspoorweg op Sumatra. De Natuur, 1892.
  59. De spoorweg ter Sumatra’s Westkust. Tijdschr. Aardrijkskundig Genootschap, 1891, hlm. 415.
  60. Th.F.A. Delprat. Spoorwegaanleg op Sumatra’s Westkust. Eigen Haard, 1891, No. 44–48.
  61. Th.A.M. Ruys. De spoorweg op Sumatra’s Westkust. Ind. Genootschap, 1892, hlm. 1346–1350.
  62. De eerste October 1892 in de Emmahaven en te Padang. Tijdschrift Binn. Bestuur VIII, hlm. 14.
  63. G.E.V.L. van Zuylen. De richting van den Ombilienspoorweg. Ind. Tolk, 5 April 1892, No. 132.
  64. R.A. van Sandick. Sumatraspoorwegen en Ombilienkolenvelden. Vragen des Tijds, 1892–’93 II, hlm. 249.
  65. J.Th. Gerlings. De kosten van het vervoer op den staatsspoorweg ter Westkust van Sumatra. Ingenieur, 1894, No. 6.
  66. J.W. IJzerman. De Staatsspoorweg ter Sum. Westkust. Gedenkboek Kon. Inst. van Ingenieurs 1847–1897, hlm. 297.
  67. J.W. Post. Le chemin de fer à crémaillière de l’état néerlandais à Sumatra. Inst. Colonial International, Agustus 1899, hlm. 525.
  68. A. Snethlage. Spoorwegaanleg op Midden-Sumatra in verband met uitbreiding der exploitatie van de Ombilien kolenvelden. Ingenieur, 1900, No. 20.
  69. Y.C.W. Herweyer. De kosten van het vervoer der Ombilienkolen op den staatsspoorweg ter Sumatra’s Westkust. Ingenieur, 1906, hlm. 351.
  70. D. de Jongh Wz. Opmerkingen naar aanleiding van 69. Ingenieur, 1906, hlm. 822.
  71. R.A. van Sandick. Het rapport van de Soebangcommissie. Ingenieur, 1907, hlm. 588.
  72. G.C. Quarles van Ufford. Het rapport van de Soebang Commissie, 1907, hlm. 677.
  73. Si Toehoek. De spoorweg Loeboek Aloeng-Priaman. Weekblad van Indië VI, hlm. 196.
  74. J.E. de Meyier. Spoorwegplan en spoorwegdiensten voor Midden-Sumatra. Ind. Gids, 1910 I, hlm. 122.
  75. Th.P.A. Delprat. Staatsspoorweg ter Sum. Westkust en Ombilienkolenvelden. Ingenieur, 1902, No. 34, hlm. 583.
  76. R.A. van Sandick. De kosten van het vervoer der Ombilienkolen op den staatsspoorweg ter Sumatra’s Westkust; dengan laporan W. de Jongh Dzn. Ingenieur, 1905, hlm. 783.
  77. K.J.A. Ligtvoet. Rapport betreffende terreinverkenningen en een spoorwegplan voor Midden-Sumatra. Batavia, Landsdrukkerij, 1909.
  78. Adviezen van den Hoofdinspecteur, chef van den dienst der S.S. op Java en van den Directeur der B.O.W. inzake Rapport-Ligtvoet, Midden-Sumatra. Batavia, Landsdrukkerij, 1909.
  79. H.E. Prins. Heeft de Soebang-spoorweg zijn reden van bestaan verloren? Ingenieur, 1912, hlm. 253.
  80. N. Wing Easton. Verslag van den Staatsspoorweg en van de Ombilinmijnen. Ind. Mercuur, 1916, hlm. 103.
  81. E.A.A. van Heekeren. Overzicht van het verslag van den Sumatra Staatsspoorweg en van de Ombilinmijnen in 1915. Indische Gids, 1917 I, hlm. 419.
  82. S. Kalff. Een Sumatrasche Spoorweg. Op de Hoogte, 1918, hlm. 160.
  83. Stoomtrambanen in Atjeh. Ind. Gids, 1897 I, hlm. 636.
  84. Spoorwegaanleg op Noord-Sumatra. (Juga sebagai sarana untuk menenteramkan Atjeh.) Tijdschrift voor Ned. Indië, 1899, hlm. 817.
  85. Stoomtramwegen in Atjeh. Tijdschrift voor Ned. Indië, 1902, hlm. 1120.
  86. De verbindingsschakel in den stoomtramweg in Atjeh. Ind. Gids, 1903 I, hlm. 942. Militaire Gids, 1903, hlm. 332.
  87. A. Snethlage. De exploitatie van de Atjehtram. Ind. Gids, 1906, nomor Februari.
  88. G.P.J. Caspersz. Eene verdediging van het beleid der exploitatie van den Atjehtramweg. Ind. Gids, 1907, nomor Januari.
  89. Beschrijving van het tramnet van het Gouvernement Atjeh en Onderhoorigheden. Kol. Verslag, 1908. (Lampiran U.)
  90. Ch.F. de Rochemont. Ontstaan- en inrichting van de Atjehtram. De Ingenieur, 1911, No. 1.
  91. J.C. Loman. Een spoorwegverbinding in Noord-Sumatra. Ingenieur, 1912, hlm. 894.
  92. F.H.A. Steens Zijnen. De verbinding van het spoorwegnet ter Oostkust van Sumatra met de bestaande tramlijn in Atjeh. Kol. Tijdschrift, 1912, hlm. 1185.
  93. J. Roest. Belawanhaven en Atjehtram. Tijdschr. Binnenlandsch Bestuur, 1912, hlm. 283.
  94. De Deli Atjehverbinding. Indische Mercuur, 1913, hlm. 207.
  95. J. Roest. De spoorwegverbinding tusschen Deli, Atjeh en de Aroebaai. Tijdschrift Binnenl. Bestuur, 1915, hlm. 464.
  96. J.H. Muller. De Atjehtram. Ind. Tijdschrift voor Spoor- en Tramwegwezen, 1916, No. 8.
  97. H. van Tongeren. De voornaamste Kunstwerken in het baanvak Seulimeum-Gedeh Breue. Ind. Tijdschrift voor Spoor- en Tramwegwezen, 1919, No. 10, 11, dan 12, serta 1920, No. 2, 3, dan 4.
  98. G.P.J. Caspersz. De aanleg van het baanvak Seulimeum-Gedeh Breue-Padang Tidji der Atjehtram. Mededeelingen van het Algemeen Ingenieurscongres Batavia, 8–15 Mei 1920.
  99. H. van Tongeren. Kunstwerken in de Atjehtram. Algemeen Ingenieurscongres Batavia, 8–15 Mei 1920.
  100. G.P.J. Caspersz. De Atjehtram: hare Geschiedenis; haar aandeel in de onderwerping en de pacificatie van Atjeh; Technische bijzonderheden. Ingenieur, 1927, No. 40.
  101. Mededeelingen betreffende den aanleg van den spoorweg Laboean-Deli naar Medan en Deli Toea. Tijdschrift voor Ned.-Indië, 1882 II, hlm. 474.
  102. De Straits Times, tentang Deli Spoorweg. Tijdschrift voor Ned.-Indië, 1887 II, hlm. 474.
  103. Spoorwegpolitiek in Ned.-Indië (pembangunan kereta api di Sumatra dan konsesi Langkat). Tijdschrift voor Ned.-Indië, 1888 I, hlm. 81.
  104. W.H.J. Dates. Nota betreffende den spoorweg in Deli. Ingenieur, 1889, No. 21.
  105. J.T. Cremer. Deli Spoorweg Maatschappij te Amsterdam. Gedenkboek Kon. Instituut v. Ingenieurs 1847–’97, hlm. 299.
  106. Spoorweguitbreiding ter Sumatra’s Oostkust. Ind. Mercuur, 1897, No. 20.
  107. Dr. A.W. Nieuwenhuis. De Delispoorweg Maatschappij. Haar veertigjarig jubileum. Weekblad Indië, tahun ke-7, nomor 13, hlm. 193.
  108. P. Saher. De Deli Spoorweg Maatschappij. Amsterdammer, 12 September 1925.
  109. G.C.M. Smits. Deli Spoorweg Maatschappij. Indische Post, 5 September 1925.
  110. P.C. Huyser. Spoorwegen op Sumatra (Batavia-Palembang) en daarmee gepaard gaande kolonisatie van Javanen op Sumatra. Kol. Weekbl., 17 Juli, 14 Agustus, 11 September 1902; Ind.-Gids, 1902 II, hlm. 1119.
  111. J.E. de Meyier. Spoorwegverkenning op Zuid-Sumatra. Ind. Gids, 1904 II, hlm. 1206.
  112. K.J.A. Ligtvoet. Spoorwegverkenning in Zuid-Sumatra. 1904.
  113. J.L. Cluysenaer. Spoorwegen in Zuid-Sumatra. Ingenieur, 1904, No. 51, hlm. 888.
  114. H.E. Prins. Vooreerst geen tram- of spoorwegen maar Renardtreinen in Zuid-Sumatra. Kol. Weekblad, 15 September 1904.
  115. A.A. Myers. Over spoorwegaanleg in Zuid-Sumatra. Voorwaarts V (1904–1905), No. 12. Ind. Bouwk. Tijdschrift VII, 1904, No. 7.
  116. J. van der Waerden. Spoorwegaanleg op Zuid-Sumatra. Cetak lepas artikel-artikel Soer. Handelsblad, 25 Juli, 4 dan 5 Agustus 1904.
  117. K.J.A. Ligtvoet. Inleiding tot eene bespreking van den spoorwegaanleg op Zuid-Sumatra. Tijdschrift Kon. Instituut van Ingenieurs, Afd. Ned. Indië, 1904–1905, nomor 2.
  118. P. Richter. Rapport nopens den aanleg van Staatsspoorwegen in Zuid-Sumatra. 3 jilid. Batavia, Landsdrukkerij, 1911.
  119. Adviezen van den Directeur van Gouv. Bedrijven en van den Hoofdinspecteur der S.S. nopens den aanleg van Staatsspoorwegen in Zuid-Sumatra. Batavia, Landsdrukkerij, 1910.
  120. J.Th. Gerlings. Spoorwegen in Zuid-Sumatra. Ingenieur, 1911, hlm. 760.
  121. R.P.O.D. Wijnmalen. Eenige mededeelingen over den aanleg van staatsspoorwegen in Ned.-Oost Indië en over het spoorwegplan in Zuid-Sumatra. Ingenieur, 1912, hlm. 427.
  122. J.C.F. van Sandick. De spoorwegen in Zuid-Sumatra. Ingenieur, 1914, hlm. 103.
  123. J.C.F. van Sandick. De beteekenis van den spoorweg voor de economische ontwikkeling van Zuid-Sumatra. Indische Mercuur, 5 Mei 1914, No. 18, hlm. 3850.
  124. Technicus. De Spoorwegen in Zuid-Sumatra. Ind. Bouwk. Tijdschrift, 1914, hlm. 54.
  125. M. van Geuns. De Zuid-Sumatraspoorweg en de toekomst van het doorsneden gebied. Ind. Gids, 1914 II, hlm. 1280.
  126. H. van Wermeskerken. De opening van den Zuid-Sumatraspoorweg. Weekblad van Indië, 1914–1915, hlm. 349.
  127. Z. (entgraaff). Spoorwegaanleg in de Lampongs. Ind. Gids, 1915, hlm. 1755. (Ulasan atas sebuah artikel dalam Soer. Handelsblad.)
  128. De Zuid-Sumatra spoorwegplannen. Ind. Gids, 1916 I, hlm. 457. (Ulasan atas sebuah artikel dalam Bat. Nieuwsblad.)
  129. H.J.L. Beck. De Pasemahlanden. Ind. Gids, 1916 II, hlm. 1701. (Diambil dari sebuah artikel dalam Bat. Nieuwsblad tentang perpanjangan lintas dari Moeara Enim.)
  130. Spoorwegbouw in de Lampongs en Palembang. Weekblad van Indië, 1916–1917, hlm. 585.
  131. R. Opening van de staatstramlijn Palembang-Praboemoelih. Ind. Tijdschrift voor Spoor- en Tramwegwezen, 1916.
  132. J.C.F. van Sandick. De verkeerswegen in Zuid-Sumatra. De spoorwegpolitiek. Praeadvies Eerste Zuid-Sumatra Conferentie. Mededeelingen S.S. en Tr. Opname, No. 6, 1917.
  133. Voorontwerp voor een verlenging der spoorlijn Palembang-Moeara Enim tot Lahat. Mededeelingen der S.S. en Tr. Opname, No. 11, 1918.
  134. W.H. Brandenburg. Assaineeringsplannen in verband met den aanleg van den Zuid-Sumatra Spoorweg. Koloniale Studiën, 1920 II, hlm. 299.
  135. S. Upton. Spoorwegpolitiek in Zuid-Sumatra. Eerste Zuid-Sumatra conferentie, No. 1, 1920.
  136. J.C.F. van Sandick. Groot Benkoelen. Indische Gids, 1921 I, hlm. 208.
  137. Z. (entgraaff). In de Lampongs. Indische Gids II, hlm. 935. (Ulasan atas sebuah artikel dalam Nieuwe Soerabaija Courant.)
  138. S.A. Reitsma. Zuid-Sumatra. Tijdschrift Indië, tahun ke-11, 1927, hlm. 34.
  139. W.J.H. Nivel (de Nivelle). Verslag eener spoorwegverkenning in Midden-Sumatra. Mededeelingen der S.S. en Tr. Opname, No. 19, 1927.
  140. Beschouwingen betreffende de in de naaste toekomst te verwachten uitbreiding van de S.S. en Tr. op Java en de Buitengewesten. Mededeelingen der S.S. en Tr. Opname, No. 14, 1919.
  141. S.A. Reitsma. Sumatra en de Spoorwegen. (Edisi Sumatra dari Locomotief, September 1925.)
  142. W.E. Boerman. De bestaande en de ontworpen spoorwegen op Sumatra. Tijdschr. van Geschiedenis, Land- en Volkenkunde, 1916, hlm. 182.
  143. R.A. Eekhout. Aanleg van staatsspoorwegen in Ned. Borneo en Zuid-Sumatra. Tijdschr. Aardrijkskundig Genootschap, 1891, hlm. 955, 983.
  144. S. De spoorwegpolitiek op de Buitenbezittingen. Het vrije Woord, 1918–1919, hlm. 215.
  145. Verkenningsverslag nopens tramplannen in Tapanoeli. Mededeelingen der S.S. en Tr. Opname, No. 15, 1920.
  146. Verkenningsverslag nopens tramplannen in Zuid-Celebes. Mededeelingen S.S. en Tr. Opname, No. 3, 1917.
  147. V.J. van Marle. Verslag eener spoorwegverkenning in de afdeeling Menado. Mededeelingen S.S. en Tr. Opname, No. 18, 1922.
  148. J.J.K. Enthoven. Eenige beschouwingen betreffende den aanleg van spoorwegen op Borneo. Ind. Gids, 1892 II, hlm. 1611.
  149. C.J.F. van Sandick dan V.J. van Marle. Verslag eener Spoorwegverkenning in Noordwest Borneo. Mededeelingen S.S., en Tr. Opname, No. 13, 1919.
  150. J.Th. Gerlings. Een spoorweg in Noord-West Borneo. De Ingenieur, 1920, hlm. 524.

Dari sekian banyak artikel surat kabar, di bawah ini hanya dicantumkan yang paling lama, yang paling sulit dirujuk:

[Catatan penerjemah: Angka dan urutan yang tidak lazim dalam sumber dipertahankan, termasuk hlm. 3850 pada nomor 123, inisial C.J.F. pada nomor 149 (berbeda dari J.C.F. pada nomor-nomor sebelumnya), serta urutan tahun 1882 lalu 1873 pada rujukan De Indiër.]


  1. Lihat bagian yang membahas hal ini dalam Kata pengantar. ↩︎